Zelf voedsel verbouwen op de vensterbank krijgt steeds meer aantrekkingskracht als toegankelijke manier om dichter bij eten en herkomst te komen stelt De Volkskrant in het artikel Vers uit de vensterbank, 22 maart.
Binnen kun je immers het hele jaar oogsten, al past daarbij wel realisme. Wie vensterbankboer wordt, moet volgens Leo Marcelis, hoogleraar tuinbouw aan de Wageningen University, ‘niet verwachten een gezin ermee te kunnen voeden’. De meerwaarde zit ergens anders: ‘De werkelijke winst zit niet in de kilo’s, maar in het plezier van het telen van voedsel.’
Juist dat plezier, gecombineerd met verwondering en hernieuwd contact met voeding, maakt deze ontwikkeling ook voor tuincentra relevant. Voedingsdeskundige Rineke Dijkinga schetst hoe groot de afstand tot voedsel voor veel mensen inmiddels is geworden: ‘We hebben nauwelijks nog binding met ons voedsel; we weten niet waar het vandaan komt en wat echt voedzaam is.’ Zelf telen doorbreekt dat. In haar woorden: ‘Zelf telen geeft ontzag en bewondering. Uit een speldenknopje groeit het meest verse eten wat je krijgen kunt.’
Voor tuincentra ligt hier een duidelijke kans. Vensterbankteelt sluit aan op de behoefte aan vers, dichtbij en overzichtelijk, zonder dat consumenten direct groot hoeven te denken. Het gaat om haalbaar, tastbaar en inspirerend zelf doen, binnenshuis én op kleine schaal. Daarmee raakt vensterbankteelt niet alleen aan gemak, maar ook aan beleving, bewustwording en waardering voor voedsel.