AI, AI-agents en robots gaan de komende jaren een grote invloed hebben op de manier waarop in Europa wordt gewerkt. Dat stelt het McKinsey Global Institute in het rapport Agents, robots, and us: How AI reshapes work and skills in Europe (mei 2026). Volgens McKinsey kan nu al 58% van alle gewerkte uren in tien onderzochte Europese landen technisch worden geautomatiseerd met bestaande technologie. Het gaat vooral om niet-fysieke taken, zoals informatie verwerken, analyseren en coördineren.
Dat betekent volgens McKinsey niet dat banen automatisch verdwijnen. Veel functies veranderen vooral van inhoud. Medewerkers zullen vaker samenwerken met AI-systemen, waarbij routinetaken worden overgenomen en mensen meer tijd besteden aan controle, klantcontact, creativiteit en besluitvorming.
Voor Europa is AI ook economisch relevant. De regio kampt met vergrijzing, personeelstekorten en lagere productiviteitsgroei dan de VS. Bij snellere adoptie kan AI en automatisering tegen 2030 tot 1,9 biljoen dollar, omgerekend zo’n 1,6 biljoen euro, aan economische waarde opleveren. In een geleidelijker scenario is dat 1,1 biljoen dollar.
Voor Nederland schat McKinsey de economische waarde in het middenscenario op 152 miljard dollar, circa 131 miljard euro. Het Nederlandse automatiseringspotentieel ligt met 57% iets onder het Europese gemiddelde. Ongeveer 70% van de gewerkte uren in Nederland bestaat uit niet-fysiek werk. De vraag naar AI-vaardigheid groeit hier volgens McKinsey trager dan in veel andere landen. Europa-breed is de vraag naar ‘AI fluency’ – praktisch kunnen werken met AI – sinds 2023 vervijfvoudigd. Dat raakt niet alleen IT, maar ook logistiek, financiën, HR, management en klantenservice.
Opvallend is dat McKinsey verwacht dat juist veel menselijke vaardigheden relatief belangrijk blijven. Leiderschap, communicatie, probleemoplossend vermogen, creativiteit en empathie worden volgens het rapport minder geraakt door automatisering dan routinematig administratief of analytisch werk.
Bron: McKinsey Global Institute.