INretail waarschuwt dat de kabinetsplannen voor personeelskorting, minimumjeugdloon en transitievergoedingen de druk op retailers vergroten. Volgens de brancheorganisatie ontbreekt een overzicht van de gezamenlijke gevolgen voor ondernemers. Zij vraagt het kabinet en de Tweede Kamer die in kaart te brengen voordat nieuwe lasten worden opgelegd.
Het kabinet wil per 1 januari 2027 de gerichte vrijstelling voor personeelskorting afschaffen. Werknemers kunnen nu op producten uit het eigen bedrijf 20 procent korting krijgen, tot maximaal 500 euro per jaar, zonder dat hierover loonbelasting verschuldigd is. Volgens het voorstel kan de korting straks nog wel belastingvrij worden ondergebracht in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Bij overschrijding daarvan betaalt de werkgever 80 procent eindheffing over het extra bedrag.
INretail vreest dat hierdoor een gewaardeerde arbeidsvoorwaarde wordt uitgehold. De brancheorganisatie stelt dat de vrije ruimte bij retailers al volledig wordt benut.
Daarnaast wil het kabinet het minimumjeugdloon voor werknemers van 16 tot en met 20 jaar per 1 januari 2027 verhogen. Ook wil het de compensatie voor transitievergoedingen na langdurige arbeidsongeschiktheid beëindigen. Volgens Ondernemersplein is de beoogde ingangsdatum daarvan uitgesteld van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028.
Als die afschaffing doorgaat, kunnen werkgevers bij ontslag na meer dan twee jaar ziekte geen compensatie meer krijgen voor de betaalde transitievergoeding. INretail waarschuwt dat daarmee het financiële risico van werkgevers toeneemt.
De brancheorganisatie vraagt om een overzicht van de totale lastenstijging, met afzonderlijke aandacht voor het mkb en grote retailbedrijven. Zij pleit voor een volledige toets van de gevolgen voor ondernemers en wil dat onvermijdelijke lasten worden gecompenseerd met minder regeldruk en meer investeringsruimte.
De voorstellen zijn nog niet definitief. De genoemde ingangsdata zijn afhankelijk van verdere besluitvorming.